Kat

U kan met uw kat in onze praktijk terecht voor een volledig aanbod aan diergeneeskundige zorgen, zowel preventief als wanneer uw kat ziek is.

Kitten

Wanneer u een nieuw kitten in huis haalt, raden we aan langs te komen op consultatie om uw nieuwe huisdier volledig te kunnen onderzoeken. Een kitten wordt gevaccineerd op de leefijd van 9 en 12 weken. De vaccin beschermt uw kitten tegen kattenziekte, niesziekte en eventueel kattenleukose. Daarna moet de vaccin jaarlijks herhaald worden.

Uw kitten ontwormen is ook zeer belangrijk, want wormen kunnen, vooral bij jonge katjes, ernstige ziekte veroorzaken.

Tijdens uw eerste consultatie met uw kitten, kunnen we u uitgebreid informeren over vaccinatie, ontworming, ontvlooiing, voeding en eventuele sterilisatie of castratie.

Let op: Sinds 1 september 2014 moet elk kitten gechipt en gesteriliseerd of gecastreerd zijn vooraleer het weggegeven of verkocht wordt.

Jaarlijkse controle en vaccinatie

Met uw volwassen kat gaat u best jaarlijks naar de dierenarts. Zo kunnen we uw kat volledig algemeen onderzoeken en zo eventuele problemen of afwijkingen tijdig ontdekken.

Tijdens de jaarlijkse controle wordt de vaccinatie en ontworming herhaald. Een kat kan gevaccineerd worden tegen kattenziekte, niesziekte en eventueel tegen kattenleukose. U kan hierover uitgebreider geïnformeerd worden tijdens de consultatie.

Sterilisatie van uw kattin

Een kattin is vruchtbaar vanaf de leeftijd van 5‐6 maanden en kan jaarlijks 2‐3 nestjes krijgen indien ze niet gesteriliseerd is. Daarom kan u uw kattin best laten steriliseren rond de leeftijd van 6 maand.

U kan uw kat ook de kattenpil geven, maar aangezien dit de kans op een baarmoederontsteking of tumoren van de melkklieren sterk vergroot, raden we dit af. Tumoren van de melkklieren bij de kat zijn meestal kwaadaardig. Enkel indien u later nog een nestje wil van uw kattin, kan u de kattenpil gebruiken als tijdelijke oplossing. Daarna kan u uw kat best toch nog laten steriliseren, dit kan zodra de kittens het nest verlaten hebben.

Ook als uw kattin niet buiten komt, kan u haar beter laten steriliseren. Een kat heeft een geïnduceerde ovulatie. Dit wil zeggen dat ze pas een eisprong heeft bij de dekking. Wanneer uw kattin binnen blijft en niet wordt gedekt, zal ze gedurende de kattentijd bijna voortdurend krols zijn. Een krolse kat kan zeer lastig zijn, veel miaauwen, in huis plassen, proberen te ontsnappen en katers aantrekken. Indien deze krolsheid zich gedurende enkele maanden cyclisch blijft herhalen, is dit voor uw kat en voor uzelf vaak een ongezonde en stresserende periode.

Bij een sterilisatie worden beide eierstokken weggenomen, dewelke de hormonen produceren. De baarmoeder wordt enkel verwijderd bij abnormaliteiten.

Castratie van uw kater

Een kater kan gecastreerd worden vanaf de leeftijd van 6 maand. Castratie van een kater is sterk aan te raden, gezien de voordelen :

  • Niet of minder sproeien (= markeren van het territorium door middel van urinesporen)
  • Minder scherpe urinegeur
  • Minder rondzwerven
  • Minder vechten
  • Een kleinere kans om ziektes zoals kattenaids of –leukose over te dragen via krab‐ of bijtwondes.

Om sproeien te voorkomen laat u uw kater best op jonge leeftijd (6 maand) castreren. Want als uw kat al een tijdje sproeit, blijft hij dit soms doen, ook na de castratie.